|
De kerkuil - (tyto Alba)
Inleiding
De kerkuil is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm .De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht met de donkere ogen pal naar voor gericht. De kerkuil heeft op de bovenkant van zijn rugveren een vetlaag, die ervoor zorgt dat bij regen het water van de veren afloopt. Zo wordt het onderverenkleed niet nat en kan de kerkuil bij regenweer ook vliegen. Tijdens de nachtelijke vluchten is de kerkuil over het algemeen zwijgzaam. Soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden. Het grootste gedeelte van zijn voedselpakket bestaat uit spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen, maar evenzeer kan een vogel zoals de huismus of de spreeuw op het menu staan. In gevangenschap geven we meestal eendagskuikens en muizen. Zelf heeft mijn zoon sinds een jaar een koppel kerkuilen welke wij één keer per week muizen en voor de rest kuikens voederen. (van de kuikens wordt de dooier verwijderd).
Kweek kerkuilen
De kerkuil is van nature een holbroeder. Hij verkiest rustige en donkere plaatsen zoals kerktorens en oude schuren, maar tegenwoordig worden de kerktorens meer en meer afgesloten met gaas om de duiven en kauwen te weren. Dat heeft er zelfs voor gezorgd dat de kerkuil in aantal verminderde, maar door het beschermen van de resterende broedplaatsen en het creëren van nieuwe broedgelegenheden is deze situatie zich momenteel aan het herstellen. In gevangenschap gaat de kerkuil vrij makkelijk tot broeden over. De kerkuil begint te broeden vanaf het eerste ei en meestal zitten er 2 dagen tussen voor ze een volgend ei leggen. Daardoor krijg je enorme verschillen in grootte van de jongen. Als het laatste ei uitkomt gaan de eerste jongen het nest al bijna verlaten. Daardoor moet je er goed op letten dat de grootste jongen de kleinere jongen niet opeten. In de natuur gebeurt dat ook, en dan vooral als er niet genoeg voedsel voorradig is. In de natuur hangt het aantal eieren ook af van de populatie van de muizen. In gevangenschap kan je best het oudste jong met de hand groot brengen. Dan kan je er inprint of sociaalinprint van maken. Sociaalinprint wil zegen dat men verschillende uilen bij elkaar zet om te voederen en inprint wil zeggen dat de uilen apart zitten om groot te brengen. Ze mogen elkaar niet zien. Dit is ideaal wanneer men er later mee wil gaan vliegen of shows wil mee doen, maar is niet noodzakelijk. Met een sociaalinprint gaat het ook maar dat vraagt veel meer energie en moet je er bijgevolg veel langer mee bezig zijn. Een kerkuil is een vrij makkelijke vogel om mee te beginnen. Het verblijf van een kerkuil moet niet overdreven groot zijn. Bij ons is dat ongeveer 6 meter lang 2 meter breed en 2 meter hoog, met hierin een nestkast van ongeveer 65 x 40 x 40. De kerkuil is na een jaar reeds broedrijp.
Achteruitgang
Van oorsprong is de kerkuil een rotsbewoner, maar hij heeft zich goed aangepast aan de menselijke omgeving. In gebouwen zoals kerken en schuren vond hij onderdak en in de onmiddellijke omgeving vond hij voedsel, daar er knotwilgen en akkerranden waren. Tegenwoordig gaat het niet zo goed meer met onze kerkuil in de natuur. De redenen hiervoor zijn de grootschalige ruilverkavelingen en vooral het verdwijnen van de typische kleinschalige landschapselementen welke aan de basis liggen van een gewijzigd voedselgebied. Holle wegen en hagen verdwijnen aan een verontrustend tempo. Waar vinden we nog hooi en houtmijten? Het graan ligt al lang niet meer in de schuur maar in muizenvrije silo’s. Het zou voor de roofvogels in het algemeen beter zijn moesten we een beetje meer respect tonen voor de natuur en terug zorgen voor wat meer kanten en hagen zodat de muizen er in kunnen leven. Dan zouden de uilen terug voldoende te eten vinden. De grootste doodsoorzaak van de kerkuil is meer en meer het verkeer. Hier ga ik het voorlopig bij laten. Op een later tijdstip wil ik het nog hebben over handopfok van uilen en alles wat hiermee verband houdt.
Francois Gijsemans Putte |